Vrienden van de Streektaal Lochem

Streektaal in ‘t nieuws

Nedersaksisch levend houden


Impuls-zonder-geld voor streektaal


Het Rijk en vijf provincies slaan de handen ineen om het Nedersaksisch een impuls te geven. Grote vraag is wat er concreet gebeurt om deze streektaal te behouden. Den Haag pompt er geen geld in.


Sander Lindenburg Herre Stegenga

De Stentor 9 oktober 2018


Nee, het Nedersaksisch wordt géén officiële taal, haast woordvoer- der Harry te Walvaart van de provincie Overijssel te zeggen. Plaatsnaambordjes in het gebied krijgen geen Nedersaksische vertaling, officiële documenten ook niet. Ook de status van het Nedersaksisch verandert niet. ,”Het heeft al een bepaalde status”, zegt Te Walvaart.

Hij verwijst naar het Europees Handvest voor Regionale Talen of Talen van Minderheden. Dit bood Nederland de mogelijkheid drie regionale talen te erkennen: het Fries, Limburgs en het Nedersaksisch. Puur symbolisch in de laatste twee gevallen, meldt het Meertens Instituut dat de Nederlandse taal onderzoekt. De staat trekt geen geld uit voor het Nedersaksisch en Limburgs, wel voor het Fries - denk daarbij aan onderwijs en radio- en televisie-uitzendingen.

Gaat dat veranderen met de komst van minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) naar Zwolle? Samen met gedeputeerden van Overijssel, Drenthe, Friesland, Gelderland en Groningen en wethouders van de gemeenten Oost- en Weststellingwerf - het gebied waarin het Nedersaksisch in al zijn varianten klinkt - ondertekent ze morgenmiddag een overeenkomst in het provinciehuis.


Waarde


“De minister erkent daarmee de waarde en het belang van het Nedersaksisch als zelfstandige taal”, meldt haar woordvoerster in een korte reactie. “Het Nedersaksisch heeft in Nederland naar schatting anderhalf miljoen sprekers. Het is belangrijk dan vanuit het Rijk te zeggen: we vinden het behoud van jullie streektaal belangrijk”.


Maar nee, de minister brengt geen geld mee. “Het is echt een intentieverklaring’”, aldus de woordvoerster. De overheden zullen meer samenwerken bij hun inzet op de streektaal, daar komt het op neer. Ook kijken ze daarbij naar Nedersaksisch-sprekende regio’s in Noordwest-Duitsland.

Te Walvaart: “Dat minister Ollongren naar Zwolle komt, zegt iets. Dit is serieus. We willen het Nedersaksisch levend houden en zullen daar de schouders onder zetten”. Hij kan al een voorbeeld noemen van de nieuwe samenwerking: een jaarlijks congres over het Nedersaksisch. “Dat kan een vliegwiel zijn voor nieuwe plannen voor deze streektaal”.
De provinciewoordvoerder benadrukt dat Overijssel al veel doet voor het Nedersaksisch. “Als Provinciale Staten méér willen, kunnen ze natuurlijk met voorstellen komen”.

“Dit is heel goed nieuws en het resultaat van jarenlange onder- handelingen”, zegt Gerrit Leferink uit Barchem over de overeenkomst. Hij is bestuurslid van de Samenwerkende Organisaties in het Nedersaksisch Taalgebied (SONT). Al sinds de jaren negentig van de vorige eeuw spant deze organisatie van dialectkringen in Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland zich in voor de erkenning van het Nedersaksisch als taal. Leferink vindt dat er naast de ondertekende overeenkomst een zak met geld moet liggen. “Als de overheid een taal erkent, moet ze ook de consequenties aanvaar- den”.

De SONT stuurt vooral aan op overleg met het onderwijs. “De plek waar je een taal levend kunt houden”, zegt Leferink. “Maar ook daarbij zal geen sprake zijn van verplichtingen. Dat was, zo weet ik, ook lang de angst van ambtenaren. We willen de taal beschermen en nieuwe generaties voeden, zorgen dat de grammatica op een juiste manier wordt vastgelegd en gebruikt. En dat jongeren weten dat er naast Algemeen Beschaafd Nederlands ook een ‘Algemeen Beschaafd Dialect’ bestaat. Dat wat we willen doen, moet vooral praktisch en zinvol zijn”.



Kaartje


Wie naar het kaartje kijkt waarop aangegeven wordt waar Nedersaksisch gesproken wordt (in Nederland van Groningen tot in de Achterhoek) vraagt zich misschien af of de mensen die daar wonen wel met elkaar kunnen spreken. “Zeker”, zegt Leferink met enige felheid. “Nedersaksisch wordt ook in Duitsland gesproken en heeft daar al langer een Europese bescherming (in bovengenoemd handvest, red.). Maar als ik me niet te veel inspan en gewoon praat zoals ik praat, kan ik me tot in het Duitse Meckelenburg heel redelijk verstaanbaar maken”.

                                                                       

Terug