Vrienden van de Streektaal Lochem

Streektaal in ‘t nieuws

Comeback voor het Nedersaksisch


Door Frans Boogaard


BRUSSEL


De Stentor, 28 september 2016


Jongeren in het noorden en oosten van Nederland moeten naast Nederlands en Engels ook Nedersaksisch leren, stelt CDA-Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik. Dat is goed voor de hersenen en het opent deuren naar andere landen.


Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik stort zich op een nieuw bedreigd fenomeen: na de noodlijdende boer, nu het Nedersaksisch. De erkende streektaal, vreest de geboren Twentse ('uit Hèngeveeld'), sterft uit als jongeren haar niet langer aanleren. "Ouderen bij ons spreken in de verpleeghuizen hun streektaal nog, ze praten plat, maar als je dat niet bijhoudt, verdwijnt het." Of in goed Twents: "De jonge generaosies heuren et Nedersaksisch minder en verleren et zodoende. Et moet krek aandersomme."


En dus is er vandaag in het Europees Parlement een conferentie die het Nedersaksisch en Nederduits weer op de kaart moet zetten. Daar verschijnt ds. Anne van der Meiden, vertaler van de Bijbel naar het Twents. Maar ook de Overijsselse gedeputeerde Eric Lievers, directeur RTV Oost Martin Oude Wesselink en een Nederduits sprekende Europarlementariër en Bondsdaglid. Plus een handvol experts minderheidstalen van de Europese Commissie, de 47 landen tellende Raad van Europa, de Bundesraat för Nedderdüütsch, het Europeesk Buro foar Lytse Talen uit Leeuwarden en de Streektaalorganisaties Nedersaksisch Taalgebied.


Speciale gast


Een speciale gast is Jan Kruimink. Als projectleider Drents op school doet hij wat Annie Schreijer graag ziet: jongeren het Nedersaksis
ch bijbrengen. Onderwijs in het Gronings, Twents, Drents, Veluws en Achterhoeks, boeken en cd's in het Nedersaksisch en projecten op internet moeten de taal - die door bijna 1,8 miljoen Nederlanders, 3 miljoen Duitsers en kleinere gemeenschappen in Polen, Rusland en Denemarken nog dagelijks wordt gesproken - een nieuwe impuls geven.

Het opent deuren, zegt Schreijer, die zich ook in de Brusselse wandelgangen en in contacten met collega-parlementariërs van het Nedersaksisch bedient. "Als collega's uit Slovenië, Kroatië of Denemarken hun dialect spreken, dan herken ik dingen. Mijn oude buurman in Diepenheim verkocht paarden en kon zelfs tot in Sint-Petersburg met zijn Nedersaksisch uit de voeten."


Hoogtijdag
en


Onno Falkena van het Bureau voor kleine talen uit Leeuwarden had afgelopen zomer een soortgelijke ervaring. Hij was in Polen op vakantie en hoorde er mensen in het Kasjubisch woorden uitspreken die in het Drents of Twents precies hetzelfde klinken. Niet voor niks beleefde het Nedersaksisch zijn hoogtijdagen toen de Hanzesteden, globaal rond de Oost- en Noordzee, er een bloeiende handel op nahielden.

Falkena hoopt dat de bijeenkomst in Brussel leidt tot een opwaardering van de taal, om te beginnen in het onderwijs. In het middelbaar onderwijs in Mecklenburg-Voor-Pommeren is het Nedersaksisch een eindexamenvak. "De erkenning als streektaal is er, maar in beleid of concrete maatregelen is daar niks mee gedaan."

Schreijer gaat er zonder meer vanuit dat dit gaat veranderen. "Een taal is geborgenheid, identiteit. In Europa wordt veel belang gehecht aan de moedertaal."

Daar hebben ze er in Brussel 24 van, van Bulgaars tot Ests, Iers en Maltees. Of straks op kanaal 25 van de vertaaldienst het Nedersaksisch te vinden zal zijn? Schreijer: "Dat gaat snel, maar zeg nooit nooit."


Taal is geborgenheid, identiteit. In Europa wordt veel belang gehecht aan de moedertaal









Annie Schreijer-Pierik

Foto Eric Brinkhorst


Terug